WLTP-testmethode: invoering overgangsperiode tot eind 2020

Sinds enkele jaren wordt een nieuwe testmethode gebruikt om de CO2-uitstoot van wagens te meten (onder Europese invloed). Deze WLTP-testmethode leidt tot hogere gemeten CO2-uitstootwaardes dan onder de vroegere NEDC-testmethode.

Een onverkort gebruik van de CO2-waarde gemeten op basis van de nieuwe testmethode zou tot een (sterke) stijging van het voordeel van alle aard hebben geleid en zou gezorgd hebben voor een verhoging van de solidariteitsbijdrage die de werkgever verschuldigd is. Daarom werd een overgangsperiode bepaald, waarin een herrekende WLTP-waarde (“NEDC 2.0-waarde”) mocht worden gebruikt voor de berekening van zowel het voordeel van alle aard als de CO2-solidariteitsbijdrage. Deze overgangsperiode eindigt eind dit jaar.

En vanaf 2021?

De FOD Financiën heeft op haar website al aangegeven welke CO2-waarde vanaf het inkomstenjaar 2021 moet worden gebruikt voor de berekening van het belastbaar voordeel van alle aard.

Welke waarde dit is, zal afhangen van welke CO2-waarde(s) de wagen heeft:

  • wanneer de wagen enkel een NEDC-waarde heeft, moet de NEDC 1.0 CO2-waarde gebruikt worden
  • wanneer de wagen enkel een WLTP-waarde heeft, moet de WLTP CO2-waarde gebruikt worden,
  • wanneer het voertuig zowel een NEDC 2.0-waarde als een WLTP-waarde heeft, kan de NEDC 2.0 CO2-waarde of de WLTP CO2-waarde (vrije keuze) gebruikt worden.

Doorgaans zal de NEDC 2.0-waarde lager zijn dan de WLTP-waarde. In de laatste situatie zal dus meestal voor de NEDC 2.0-waarde worden gekozen.

Het is daarbij ook belangrijk te vermelden dat de autoconstructeurs vanaf 1 januari 2021 niet meer verplicht zullen zijn om nog een NEDC 2.0-waarde te berekenen (al mogen ze dit wel nog). Hierop geldt wel een uitzondering voor zuinige wagens (met een uitstoot van minder dan 50 g CO2/km). Zolang de autoconstructeurs nog een dubbele waarde meegeven, kan de voordeligste waarde gekozen worden.

De FOD Financiën vermeldt hierbij dat dit standpunt geldt totdat nieuwe wetgeving dit anders regelt.

Waar vind ik de CO2-waarde(s)?

Het uitgangspunt van de FOD Financiën is (en blijft) dat de CO2-waarde(s) zoals die gekend is (of zijn) bij de Dienst voor inschrijving van de voertuigen (DIV) gebruikt moet worden voor de berekening van het voordeel van alle aard. Het inschrijvingsbewijs vermeldt echter maar één CO2-waarde en zegt daarbij ook niet bij of dit de WLTP-waarde of de NEDC-waarde is. Op de inschrijvingsbewijzen die uitgereikt werden sinds 1 juli 2019 wordt zelfs helemaal geen CO2-waarde meer vermeld(1).

Om te weten of een wagen twee CO2-waardes heeft moet het gelijkvormigheidsattest (COC) van de wagen worden bekeken. Het COC van een wagen met twee CO2-uitstootgehaltes vermeldt namelijk zowel een tabel (rubriek 49.1) met NEDC CO2-waarden, als een tabel (rubriek 49.4) met WLTP CO2-waarden. Indien beide rubrieken nog waardes bevatten, mag ook in 2021 de voordeligste van beide waardes gekozen worden.

En voor de berekening van de CO2-solidariteitsbijdrage?

Zoals gezegd wordt de CO2-uitstoot van de bedrijfswagen ook gebruikt voor de berekening van de CO2-solidariteitsbijdrage die de werkgever verschuldigd is. De vraag rijst dan ook welk standpunt de RSZ in deze zal innemen.

In de overgangsperiode tot eind 2020 is de RSZ de FOD Financiën gevolgd in de te gebruiken CO2-waarde. Het valt dan ook te verwachten dat de RSZ zich voor de situatie vanaf 2021 eveneens zal aansluiten bij de drie situaties die de FOD Financiën onderscheidt en dus ook de keuze zal toelaten voor wagens die nog twee CO2-waardes hebben.

De RSZ moet dit echter nog officieel bekendmaken via een aanpassing van haar administratieve instructies.

Bron: FAQ bedrijfswagens, website FOD Financiën.

(1) Via de applicatie ‘Mijn voertuig, mijn plaat’ op de website van de DIV kan de CO2-waarde van een wagen wel opgevraagd worden (zoals die gekend is in de databank van de DIV), aan de hand van het chassisnummer (in de rubriek over de ‘status van uw voertuig’).